Sinuslift: wat is het en wanneer is het nodig?
Een sinuslift is een botopbouwende ingreep in de bovenkaak waarbij de bodem van de kaakholte wordt verhoogd, zodat er voldoende bot ontstaat om een tandimplantaat te plaatsen. De behandeling is nodig wanneer er in het achterste deel van de bovenkaak te weinig bothoogte is. Dat komt vaak voor na tandverlies, omdat het kaakbot dan geleidelijk slinkt.
Waarom ontbreekt er bot in de bovenkaak?
Boven de wortels van de achterste kiezen ligt de kaakholte (sinus maxillaris), een met lucht gevulde ruimte die aan de binnenkant bekleed is met een dun slijmvlies: het sinusmembraan, ook wel membraan van Schneider genoemd. Bij veel mensen ligt de bodem van de kaakholte maar enkele millimeters boven de kieswortels.
Na het verlies van een kies gebeuren er twee dingen tegelijk. Het kaakbot neemt af doordat het niet meer wordt belast, en de kaakholte kan zich verder uitbreiden richting de kaak. Het resultaat is een dunne laag bot waarin een implantaat onvoldoende houvast vindt.
Een tekort aan bothoogte onder de kaakholte is de meest voorkomende reden voor een sinuslift.
Hoe verloopt een sinuslift?
Bij een sinuslift wordt het sinusmembraan voorzichtig losgemaakt van de bodem van de kaakholte en iets omhoog geschoven. In de ruimte die daaronder ontstaat, wordt botvervangend materiaal of lichaamseigen bot aangebracht. Na een genezingsperiode is dat materiaal omgevormd tot stevig bot waarin een implantaat via osseo-integratie kan vastgroeien.
Elke sinusliftbehandeling begint met diagnostiek: een klinisch onderzoek en een 3D-scan waarop de bothoogte, de dikte van het membraan en de vorm van de kaakholte precies te zien zijn. Pas daarna wordt bepaald of en hoe de sinusbodem verhoogd moet worden.
Er bestaan twee hoofdtechnieken. De keuze hangt vooral af van hoeveel bot er nog aanwezig is.
Interne (crestale) sinuslift
Bij een interne sinuslift werkt de implantoloog via het boorgat van het implantaat. Met speciale instrumenten wordt de sinusbodem enkele millimeters opgetild. Deze techniek is geschikt wanneer er nog een redelijke hoeveelheid bot is, en het implantaat kan dan vaak in dezelfde zitting worden geplaatst.
Externe (laterale) sinuslift
Bij een externe sinuslift wordt aan de zijkant van de bovenkaak een klein venster in het bot gemaakt. Via die opening wordt het membraan opgetild en de ruimte gevuld met botmateriaal. Deze methode wordt gekozen bij een groter bottekort en wordt meestal gevolgd door een genezingstijd van enkele maanden voordat het implantaat wordt geplaatst.
Hoe minder bot er onder de kaakholte over is, hoe vaker de keuze op de externe techniek valt.
Welk botmateriaal wordt gebruikt?
Voor een sinuslift worden verschillende soorten materiaal gebruikt, soms in combinatie:
- Lichaamseigen (autoloog) bot: bijvoorbeeld uit de kaakhoek of de kin, met gunstige biologische eigenschappen.
- Botvervangend materiaal van dierlijke oorsprong: vaak gezuiverd runderbot dat dient als steiger voor nieuw bot.
- Synthetisch materiaal: calciumfosfaatverbindingen die geleidelijk worden vervangen door eigen bot.
Over het venster wordt vaak een resorbeerbaar membraan gelegd dat het materiaal beschermt tijdens de genezing. Welke combinatie het meest geschikt is, bepaalt de behandelaar op basis van de anatomie en de wensen van de patiënt.
Het gekozen materiaal is minder bepalend voor het resultaat dan een zorgvuldige uitvoering en een ongestoorde genezing.
Hoe voelt een sinuslift en wat zijn de leefregels erna?
Een sinuslift wordt onder plaatselijke verdoving uitgevoerd, waardoor de ingreep zelf doorgaans goed te verdragen is. Na afloop zijn zwelling, een blauwe plek op de wang en wat napijn gebruikelijk; die klachten nemen meestal binnen enkele dagen tot een week af.
In de eerste weken gelden een paar leefregels om het membraan en het botmateriaal te beschermen:
- Niet hard snuiten en niezen met de mond open.
- Niet roken, omdat roken de genezing vertraagt.
- Vliegen, duiken en zware inspanning tijdelijk vermijden.
- Voorgeschreven medicatie en spoelmiddelen volgens instructie gebruiken.
Wie de nazorginstructies zorgvuldig volgt, geeft het nieuwe bot de beste kans om goed te genezen.
Welke risico’s heeft een sinuslift?
Zoals elke chirurgische ingreep kent een sinuslift risico’s. De meest voorkomende complicatie is een scheurtje (perforatie) in het sinusmembraan tijdens de behandeling. Een kleine perforatie kan vaak direct worden afgedekt, bij een grotere wordt de ingreep soms uitgesteld.
Daarnaast kunnen een ontsteking van de kaakholte (sinusitis), een infectie van het botmateriaal of onvoldoende botvorming optreden. Mensen met chronische sinusklachten en rokers hebben een hoger risico. Een 3D-scan (CBCT) helpt om de anatomie van de kaakholte vooraf in kaart te brengen.
Een zorgvuldige diagnose vooraf verkleint de kans op complicaties, maar kan die niet volledig uitsluiten.
Wie voert een sinuslift uit?
Een sinuslift wordt meestal uitgevoerd door een implantoloog of kaakchirurg. Algemeen tandartsen verwijzen patiënten hiervoor vaak door naar een tweedelijns praktijk. Een specialist in sinuslift en botopbouw kan op basis van een CBCT-scan beoordelen of de ingreep echt nodig is, of dat een korter implantaat of een andere oplossing ook mogelijk is.
In de regio Amersfoort, Leusden en Utrecht voert PTI de Biezenkamp de sinuslift uit als onderdeel van het implantologische traject, meestal op verwijzing van de eigen tandarts. De praktijk combineert daarbij botaugmentatie, implantaatplaatsing en de prothetische voorziening in één behandelplan.
Twijfel je of botopbouw in jouw situatie nodig is, bespreek dat dan met je tandarts. Die kan doorverwijzen naar een verwijspraktijk zoals PTI de Biezenkamp voor een uitgebreide beoordeling.
Een sinuslift is een specialistische ingreep waarbij ervaring en goede diagnostiek het verschil maken.
Veelgestelde vragen over de sinuslift
Hoe lang duurt de genezing na een sinuslift?
Na een externe sinuslift duurt het doorgaans vier tot negen maanden voordat het implantaat wordt geplaatst of belast. Bij een interne sinuslift met directe plaatsing is de genezingstijd vaak vergelijkbaar met die van een regulier implantaat.
Merk je na een sinuslift iets aan je neus?
Kort na de ingreep kan er wat bloed uit de neus komen of een verstopt gevoel zijn. Na de genezing merken de meeste mensen niets meer van de ingreep.
Is een sinuslift altijd nodig bij te weinig bot?
Niet altijd. Soms zijn korte implantaten, schuin geplaatste implantaten zoals bij all-on-4 of all-on-6, of een andere prothetische voorziening een alternatief.
Wat is het verschil tussen een sinuslift en botopbouw?
Een sinuslift is een specifieke vorm van botopbouw in de bovenkaak, onder de kaakholte. Botopbouw of botaugmentatie is de verzamelnaam voor alle technieken om kaakbot aan te vullen, ook in de onderkaak.